Knutselen met afval

Afval is niet alleen maar om weg te gooien, hiernaast staan een aantal dingen die je met afval kunt doen.

Vraag wel even aan jouw ouders of het mag, en of ze je willen helpen.

Bliklopen

Tijdsduur: 20 minuten
Geschikt voor kinderen van 6 t/m 10 jaar.

Spullen die je nodig hebt:
2 grote conservenblikken
ongeveer 4 meter touw, het moet wel dik zijn (bijvoorbeeld paktouw)
Gereedschap: een blikopener en een schaar

Hoe maak je de loopblikken:

  1. Zet de twee blikken met de onderkant naar boven op tafel.
  2. Maak in beide blikken twee gaten of gleuven met een blikopener.
  3. Maak nu twee touwen elk net zo lang als twee maal de afstand van je ellebogen tot de grond.
  4. Rijg nu in elk blik een touw door de gaten. Aan elke kant van het conservenblik moeten de einden van het touw even lang zijn. Knoop de uiteinden van de touwen aan elkaar.
  5. Nu kan je op de blikken gaan staan en de touwen in je handen houden.
  6. Alles is nu klaar om een blikloopwedstrijd te houden.

Papier maken

De doelstelling is: het ervaren van afval-recycling door zelf van oud papier nieuw papier te maken.

Benodigdheden

  • een kom
  • oude kranten
  • een mixer
  • een emmer
  • de zeef en het schepraam
  • een kopje
  • twee plankjes
  • een waslijn met knijpers
  • droogdoekjes
  • water
  • plastik bak

Ga bij voorkeur papier maken in een ruimte waar de vloer even nat mag worden.

Papier maken met oude kranten

Scheur of knip 5 oude kranten in snippertjes van ongeveer 1 cm. Verzamel de snippers in een emmer of teiltje. Giet er handwarm water bij. Laat dit minstens 15 minuten staan. Kneed daarna met beide handen de snippers tot een brij. Doe de papierbrij in de kom. Mix dit net zo lang tot een soort pap ontstaat waarin geen stukjes papier te herkennen zijn (ongeveer 20 minuten). Dan heb je pulp, de grondstof van papier.

Pak dan een grote plastic bak die groot genoeg is om het papier in te maken. Dit is nu de papier-schepbak. Vul de schepbak tot 5 cm met handwarm water. Pak een plankje en leg dat naast de schepbak. Leg op het plankje een kletsnatte theedoek uitgespreid. Schep 5 kopjes pulp in de schepbak en roer goed tot alle pulp gelijk verspreid zit.

Nu kan je papierscheppen. Leg de zeef met het gaas naar boven. Leg hierop het schepraam. Houdt de zeef met het schepraam erop aan de lange zijde goed vast en duw het naar de bodem van de schepbak. Laat nu de zeef met schepraam langzaam omhoog komen en til het uit de schepbak. Leg de zeef dwars op de schepbak zodat het kan uitdruipen. Haal dan voorzichtig het schepraam eraf.

Pas op dat daarbij geen druppels vallen op het net gemaakte papier. Op die plekken zal anders een watermerkje ontstaan, of erger, een gat. Op de zeef ligt nu het nieuwe, kletsnatte, papiertje.

Op het plankje ligt een natte theedoek klaar. Draai de zeef voorzichtig om en leg de zeef zo op het droogdoekje. Druk licht met de vingertoppen over het gaas. Til nu de zeef voorzichtig op. Door de zeef heen kan je zien waar het papier niet loslaat. Druk op die plekken nog eens voorzichtig met de vingertoppen. Het natte papiertje ligt nu op de theedoek. Leg hier een droge theedoek overheen. Het overbrengen van de zeef op het droogdoekje, wordt koetsen genoemd.

Een papiertje is eigenlijk nog niks. In de schepbak is veel papierpulp blijven zitten. Gooi er een half kopje papierpulp bij en roer dit weer. Er kan nu net als hierboven beschreven weer een papiertje gemaakt worden. Bovenop het eerste papiertje ligt een theedoek. Het tweede papiertje kan hier bovenop gelegd worden.

Er ligt nu een hele stapel nat papier met droogdoekjes. Leg het andere plankje erbovenop. Door te persen kan er vast een flinke hoeveelheid water uitgedrukt worden. Ga er even bovenop staan. Haal het bovenste persplankje er weer af. Haal steeds een theedoek met daarop een nog nat papier van de stapel en hang deze aan een waslijn of een touw te drogen. De eerste 30 minuten zal het papier nog druppen. Wanneer het papier in een verwarmde ruimte hangt is het binnen 2 dagen droog. Je kan het papier voorzichtig van de droogdoekjes trekken.

Het kringlooppapier is klaar!
Gooi het overgebleven pulp niet weg. Maak er een bal van en probeer er nog wat water persen. Laat de bal drogen. Als er weer papier gemaakt gaat worden is de papierbal, geweekt in een beetje water zo weer pulp. Gooi de schepbak leeg in de w.c. (Daar verdwijnt wel vaker papier door en de kans op verstopping is zo nihil)

Gedroogde planten
Schep een dun papiertje en leg het op het droogdoekje. Leg hierop gedroogde bladeren of bloemen. Schep nog een nieuw dun papiertje en leg dat er bovenop. De gedroogde planten zitten zo ingesloten. Laat het papier drogen en hang het bijvoorbeeld op een raam.

Gekleurd papier
Door ook kreppapier te snipperen en het daarna mee te kneden en mixen kan je ook gekleurd papier maken. Ook een scheutje ekoline in de schepbak geeft gekleurd papier. Wil je dat de volgende gebruiker van de papierkist niet onverwachts ook gekleurd papier krijgt, spoel dan nadat je het droge gekleurde papier van de droogdoekjes hebt gehaald, de droogdoekjes goed uit. Het gekleurde papier heeft hierop namelijk afgegeven.

Bol papier
Schep een dik papier en leg dat op een bolle keukenzeef. Leg hierop nog twee a drie dikke vellen. Laat het zo drogen. Het resultaat kan je bijvoorbeeld gebruiken als pet.

Witter papier van kranten
Als je tijdens het mixen afwasmiddel aan het pulp wordt toevoegt, blijft een gedeelte van de drukinkt aan het sop plakken. (Je krijgt zo wel extra afval!). Als je het sop weghaalt, blijft er witter pulp over. En witter pulp geeft natuurlijk witter papier.

Draadvormen
Schep een dun papiertje en leg dat op een droogdoekje. Maak met draad hierop figuurtjes. Bijvoorbeeld hartjes voor een lieve brief. Schep nog een dun papier en leg dat er bovenop. De draadfiguur zit ingesloten, maar zorgt voor een verdikking in het papier.

Watermerk
Een watermerk kan je zelf maken. Borduur op de zeef bijvoorbeeld je naam. Als je met de zeef papier schept is het papier op de plek waar geborduurd is, iets dunner. Door het papier in het licht te houden zie je dat goed.

Bar-chimes (muziekinstrument)

Geschikt voor kinderen van 6 t/m 12 jaar

Spullen die je nodig hebt:

  • oude sleutels of stukjes afval van aardgasbuizen
  • een klosje ijzergaren
  • een stok die ongeveer 2 centimeter dik is. De lengte hangt af van het aantal metalen staafjes dat je wilt gebruiken. Je kan het tussen de 30 en 50 centimeter maken.
  • een houtzaagje
  • een ijzerzaag
  • een schaar
  • stukje schuurpapier
  • een boormachine
  • een boortje van 4mm
  • een bankschroef (als je die hebt)
  1. Zorg er voor datje een mooie gladde stok hebt. Wanneer die niet glad is, eerst even schuren.
  2. Maak om de 2 centimeter een gaatje in de stok. Aan een kant moet je 8 centimeter overhouden  waar je geen gaatjes boort. Hier kan je straks het instrument vasthouden.
  3. Als je alle gaatjes klaar hebt, ga je met het schuurpapier de scherpe randjes eraf schuren.
  4. Als je met oude sleutels werkt, dan kan je nu gelijk verder gaan met punt 8.
  5. Gebruik je buisjes dan zaag je deze met de ijzerzaag. Je kan beginnen met de langste buis, deze maak je bijvoorbeeld 25 centimeter lang. De volgende wordt een centimeter korter.  Zo ga je door tot je genoeg buisjes hebt om je hele plankje of stok van buisjes te voorzien.
  6. Wanneer je hiermee klaar bent, ga je aan een kant van de buisjes een gaatje boren met de ijzerboor van 4mm. Wanneer ie geen bankschroef hebt, moet iemand anders het buisje dat je gaat boren goed vasthouden. Doe het nooit alleen.
  7. Als je alle gaatjes geboord hebt, doe je een draadje van ongeveer 20 centimeter door het gaatje van het kortste buisje dat je aan het plankje wilt ophangen.
  8. Als je sleutels gebruikt, doe eerst het draadje door het gat dat in de sleutel zit.
  9. Je steekt het draadje dan door het eerste gaatje in de stok. Je moet niet beginnen aan de kant van het handvat, maarjuist aan de andere kant. Dit is belangrijk voor de verdeling van het gewicht als je met de buisjes werkt. Voor de sleutels maakt het niet uit aan welke kant je begint.
  10. Daarna haal je het draadje nog eenmaal door het gaatje en maak je een knoop.
  11. Zorg dat het buisje of de sleutel niet tegen de stok komt. Buisjes of sleutels moeten los kunnen bewegen. Zorg dat ze ongeveer twee centimeter van de stok of het plankje komen te hangen.
  12. Als je al de huisjes of de sleutels aan de stok hebt vastgemaakt ben je klaar met je instrument.

Rasp

Geschikt voor kinderen van 10 t/m 12 jaar

Spullen die je nodig hebt:

  • Stok van ongeveer 30 cm lang met een doorsnede van ongeveer 3 centimeter. Als je een bamboestok kan krijgen, dan klinkt die helemaal mooi.
  • Dun stokje van hout of stukje lasdraad
  • Waterverf
  • Kleurpotloden
  • Schuurpapier
  • Kleine zaag
  1. Het ronde stuk hout of bamboe schuur je mooi glad.
  2. Met het zaagje maak je overdwars gleufjes in het hout of de bamboe.
  3. Zet voordat je begint met zagen de stok goed vast in b.v. een bankschroef of laat iemand de stok goed vasthouden.
  4. De gleufjes mogen niet te breed zijn en ze moeten ongeveer 2 millimeter van elkaar komen te liggen.
  5. Aan het uiteinde van de stok laat je ongeveer 8 centimeter over, waar je geen gleufjes maakt. Hier kan je straks tijdens het spelen het instrument vasthouden.
  6. Als je alle gleufjes hebt gemaakt, schuur je de scherpe randjes van de gleufjes weg.
Nu is eigenlijk je instrument al klaar om te bespelen, maar je mag het ook gaan versieren met verf. Of je kan er een tekening of bepaalde figuren op maken met kleurpotlood